wp507a36ca_0f.jpg
wp998c951e.png
wpb58c74c4.png
wpaf4de968.png

© 2009 J.Bijman                                                                                                                      Icarus Enterprises

 

wp8faa5c15.png
wp24e0f817.png
wpafadb37c.png
wp2115448b.png

eindige proporties is opgeblazen langs een lineaire tijd as. In deze gesloten (alles en iedereen is gekoppeld) door intuïtie gestuurde ruimte, gevoelswereld zo u wilt, zal een minderjarige weinig moeite hebben met het wiskundige algoritme, Achilles en de schildpad, maar voor een rationeel denkende bèta is het een onoverkomelijk struikelblok. Echter, intelligentie en wiskunde (Brouwer) zijn uitvindingen van de mens en als zodanig spelen ze dus in onze op zich perspektivistische wereld (Nietzsche) geen enkele rol. De oplossing daarom die wiskundigen inmiddels zelf voor Poincaré‘s conjectuur gevonden menen te hebben (Perelman) heeft dus slechts betrekking op de wiskunde van de mens en zegt niets over onze intuïtieve, op inductie gestoelde, belevingswereld (Hume, Kant).

wpb53c5e33.png

Het ongerijmde: Reductio ad absurdum   

Logica           Bèta-wetenschappers zoals wiskundigen, fysici en biologen produceren kennis over de wereld om ons heen maar dat zegt nog niets over onze existentiele herkomst, ons ontologisch zijn, in de wereld. Zo althans redeneren bekende filosofen als Hume, Kant, Sartre en Heidegger. Die visie dringt zich op bij het oplossen van Poincaré’s 3-D conjectuur, een wiskundig 1miljoen dollar vraagstuk. Bij de oplossing ervan komen we  door een “reductio ad absurdum” terecht in een ongerijmde 3-D wereld, uw wereld, met een abstract inverse 3-D beleving van ruimte die tot immens

Bèta-wetenschappers, zo blijkt, worden misleid omdat hun analytisch vermogen door inductie wordt beïnvloed. En dat bevestigt het filosofisch vermoeden (Heidegger, Jaspers) dat ze de wereld met hun hier als puur menselijk ontmaskerde logica, zijnsvergetelheid sinds Plato volgens Heidegger, eerder kwaad dan goed doen. Mocht u dat ook altijd al gedacht hebben, doe mee en laat u horen. En kom vervolgens naar het 1 miljoen dollar festijn waarvoor we het geld ophalen bij de wiskundigen.   

 

Ruimte en tijd         Poincaré’s conjectuur stelt dat we een 3-D wereld overhouden als we een lus op het oppervlak van een 4-D 3-Sphere (een bol) tot een punt reduceren. Die 3-D wereld heeft dus alle eigenschappen van de 4-D en 2-D wereld om haar heen en dat betekent weer dat die 3-D wereld een anti-wereld ofwel illusie moet zijn omdat ze als realiteit niet tegelijk aan een 2-D en 4-D wereld

kan deelnemen zonder de eigenschappen daarvan te veranderen. De reductie moet dus een ongerijmde, illusionaire wereld opleveren, waarin twee werelden teruggebracht worden tot een. En de 3-Sphere moet gesloten zijn zodat in 3-D alle energie (=informatie) op basis van tijd van 2-D naar 4-D, en terug, kan worden doorgegeven (alle informatie moet door het genoom). De 2-D en 4-D wereld zijn dan volledig over elkaars toestand geïnformeerd. Iets dergelijks beweerde Einstein ook al, ruimtelijk redenerend vanuit een quasi-      

 

 

wp779509c1.png

Einstein ook al, ruimtelijk redenerend vanuit een quasi-rationele 3-D invalshoek. In een 4-D 3-Sphere echter, is de echte 3-D ruimte waarover we beschikken, de ruimte waarvan sprake  is in Poincaré's vermoeden, een ruimte van 18ml gezien vanuit 4-D, of een ruimte van 1cm(3) gezien vanuit 2-D. In die stilstaande ruimte (Parmenides), vindt statische en kinetische energie-uitwisseling plaats vanuit het ongerijmde.  Wij behoren als illusie tot dat ongerijmde. Alleen onze 3-D tijd is reel (Brouwer).

wpf4316592.png